Abstract
Na jaren van speculaties en mislukte waarneempogingen werd in 1995 de eerste planeet bij een zon--achtige ster, 51 Pegasi, ontdekt. De aanwezigheid van deze -exoplaneet- kon afgeleid worden uit snelheidsveranderingen van de ster ten gevolge van de rondcirkelende planeet. Dankzij deze succesvolle waarneemmethode zijn er inmiddels meer dan 120 exoplaneten bekend. Het bestuderen van exoplaneten en het vergelijken van hun eigenschappen met die van de planeten in ons zonnestelsel is van groot belang voor het begrijpen van de vorming en evolutie van planeten en hun atmosferen. Hoewel hun aanwezigheid bekend is, zijn exoplaneten zelf nog niet waargenomen. Dat komt voornamelijk omdat planeten ontzettend lichtzwak zijn vergeleken met de ster waar ze omheen draaien. Inmiddels zijn er waarneeminstrumenten in ontwikkeling die gevoelig genoeg zullen zijn om de zwakke straling van exoplaneten te kunnen meten. Met dergelijke instrumenten zullen exoplaneten gevonden kunnen worden waar de huidige detectiemethoden ongevoelig voor zijn, bijvoorbeeld kleine, aardachtige planeten. Bovendien zullen metingen van de planeetstraling waardevolle informatie kunnen geven over de samenstelling en fysische structuur van de planeetatmosfeer. Binnen dit project berekenen wij de straling van exoplaneten. Hierbij maken we gebruik van atmosfeermodellen die gebaseerd zijn op de kennis van planeten in ons eigen zonnestelsel. Bij gebrek aan gemeten signalen van exoplaneten zijn deze berekeningen van belang bij de ontwikkeling van instrumenten om exoplaneten waar te nemen. We gebruiken de berekeningen ook voor het opzetten en optimaliseren van methodes waarmee uit toekomstige waarnemingen van exoplaneten informatie over de samenstelling en fysische structuur van hun atmosferen afgeleid kan worden.